Stap 4: Beleid onacceptabel gedrag

Wat zijn omgangsregels en gedragsregels?
Over hoe we met elkaar omgaan, kunnen de meningen nogal eens verschillen. Wat de ene stoort, kan in de ogen van de ander als normaal gezien worden. Daarom is het van belang afspraken te maken over wat we van iedereen die betrokken is bij de vereniging, verwachten. Daarbij maken we verschil tussen omgangsregels en gedragsregels.

Omgangsregels maak je voor de hele vereniging en daarmee leg je vast wat je van alle betrokkenen bij de vereniging verwacht. Dit kan per vereniging verschillend zijn.

Gedragsregels of gedragscode gelden voor specifieke functionarissen zoals bestuurders, begeleiders, scheidsrechters en actieve leden. Sportverenigingen hebben een meldplicht bij vermoeden of bewijs van seksuele intimidatie en misbruik. NOC*NSF heeft daarom gedragscodes opgesteld, waarmee voor elke functionaris duidelijk is waar hij/zij zich aan te houden heeft. In geval van een overtreding wordt deze getoetst aan de gedragscode en gebruikt bij de melding richting de tuchtraad.

Preventief beleid
Regels op je site zetten of in de kantine hangen, is onvoldoende om veranderingen op het gebied van een veilige vereniging te bewerkstellen. Je wil graag de problemen voor zijn, daarom is het van groot belang actief te zijn op het gebied van preventie. Zie het als investeren in een positieve verenigingscultuur, waar uiteindelijk iedereen voordeel bij heeft. In deze paragraaf gaan we kijken hoe je aan de diverse regels komt en wat je moet doen om deze te laten landen in je vereniging.

Een korte opsomming:

  • Zorg dat je website up-to-date is;
  • Zorgdragen voor de zichtbaarheid van je vertrouwenscontactpersoon en bestuurslid sociale veiligheid (indien aanwezig);
  • Vraag een VOG aan voor je actieve leden;
  • Voer goede intakegesprekken met nieuwe begeleiders en trainers. Zowel voor vrijwilligers en betaalde krachten;
  • Laat begeleiders en trainers de gedrags- en omgangsregels ondertekenen;
  • Zet het onderwerp seksuele intimidatie of misbruik op de agenda en informeer iedereen die bij jouw vereniging betrokken zijn;
  • Maak duidelijke afspraken over omgang met en gebruik van sociale media;
  • Voer geregeld preventieve acties uit om leden bewust te maken.

Omgangsregels
Elke vereniging heeft zijn eigen cultuur. Deze wordt bepaald door ongeschreven regels over hoe we met elkaar omgaan, de omgangsregels. Niet iedereen is zich er van bewust wat die ongeschreven omgangsregels zijn. Daarom is het van belang die toch ergens vast te leggen en uit te dragen. Deze omgangsregels gaan dus over wat we van leden en mensen die betrokken zijn bij de vereniging verwachten.

Om goede omgangsregels te kunnen opstellen, kun je als basis enkele uitgangspunten nemen. De omgangsregels moeten gaan over:

  • Iedereen voelt zich welkom bij de vereniging;
  • Iedereen voelt zich veilig bij de vereniging;
  • Iedereen heeft plezier bij de vereniging;
  • Iedereen voelt zich gerespecteerd bij de vereniging;
  • Iedereen communiceert op een positieve manier bij de vereniging.

Hoe je omgangsregels opstelt, kun je hier vinden.

Een leuke werkvorm om te gebruiken bij het vastleggen van omgangsvormen, vind je hier.  

In bijlage 4.1 een voorbeeld van omgangsregels. De opzet en gedachtes achter deze omgangsregels zijn als volgt:

  • Omschrijf de omgangsregel met een pakkende slogan;
  • Omschrijf kort wat je met de regel bedoelt;
  • Meer informatie over de regel is te verkrijgen via een link en leid je dieper naar het onderwerp. Daar staan PDF’s of links naar andere sites;
  • Je kunt die pagina’s ook opleuken met filmpjes, foto’s en verhalen;
  • De extra informatie is te gebruiken om ouders, leden en begeleiders te informeren en te helpen, maar ook om preventieve acties op te starten. Je kunt iedereen vragen mee te denken over de onderwerpen en ideeën in te brengen;
  • Licht enkele keren per jaar een onderwerp uit en breng die extra onder de aandacht. Dit kun je doen via flyers, sociale media, website, etc. Als je daar nog een ludieke preventieve actie aan koppelt, zal dit een groot effect creëren. Daarmee breng je die omgangsregels onder de aandacht van je leden. De verantwoordelijkheid en betrokkenheid van alle leden stijgt hiermee.

Nadat je de omgangsregels hebt vastgelegd, is het zaak deze uit te dragen. Zet ze op je site, maar hang deze ook fysiek ergens neer zodat ze voor iedereen zichtbaar zijn.

Eén omgangsregel mag niet ontbreken en zal betrekking hebben op het voorkomen van seksuele intimidatie en misbruik. Wat verstaan we onder seksueel grensoverschrijdend gedrag?

Enige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie (duiding) dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.

Het slachtoffer en niemand anders bepaalt wat grensoverschrijdend is. Omdat dit zo’n gevoelig onderwerp is en in het verleden te weinig aandacht heeft gekregen, heeft men nu duidelijke richtlijnen uitgeschreven. In de volgende paragrafen gaan we dieper in op die richtlijnen.

Voor een slachtoffer is het van groot belang dat hij/zij meteen adequate hulp krijgt. Daarom is het van belang belangrijke telefoonnummers op je verenigingssite te vermelden. Tip: gebruik een foto van een rode knop met daaronder de link naar belangrijke telefoonnummers.

In bijlage 4.2 vind je de meest belangrijke telefoonnummers in geval van nood.

In dit overzicht staat ook één zeer bijzondere site vermeld, de site Stopitnow.nl. Stop it Now! biedt hulp om seksueel kindermisbruik te voorkomen. Mensen met pedofiele verlangens willen vaak niet toegeven aan deze gevoelens, maar kunnen er met niemand in hun omgeving over praten. Dit kan leiden tot eenzaamheid, verwarring en verlies van controle over eigen handelen. Door anoniem te kunnen bellen met een specialist en hulp te ontvangen bij het leren omgaan met deze geaardheid, wordt kindermisbruik voorkomen. Voor volwassenen, maar ook voor jongeren onder de 18 jaar.

Door de contactgegevens van deze site op te nemen in jouw clubsite kun je wellicht ongemerkt misbruik voorkomen en mensen met pedofiele gevoelens verder helpen in hun persoonlijke worsteling.

 

Gedragsregels
Goede afspraken geven duidelijkheid over wat wel en niet mag en helpt bij het beoordelen of iemand zich nu wel of niet aan de regels heeft gehouden. NOC*NSF heeft gedragscodes voor iedereen die actief is in de sport – bestuurders, trainers en coaches, scheidsrechters/officials/juryleden, sporters en topsporters – opgesteld. Deze gelden als uitgangspunt voor de sportbonden en hun leden. Kijk hier welke dat zijn, ze zijn ondersteund met filmpjes. Ook in bijlage 4.3 vind je de regels, maar dan handzaam om verder te kunnen verwerken.

Om deze gedragsregels onder de aandacht te krijgen en leden er van bewust te maken, is het goed deze door de begeleiders, trainers/coaches, bestuursleden, scheidsrechters/officials en sporters te laten lezen en ondertekenen. Verder kun je er ook voor kiezen om vrijwilligers en betaalde krachten hun handtekening te laten zetten onder de  ‘onderwerping aan het tuchtrecht’.  Dit schept duidelijkheid en maakt dat je iemand kan aanspreken op grensoverschrijdend gedrag. Voorbeeldbrieven om te laten ondertekenen kun je downloaden via de site van Centrum Veilige Sport Nederland punt 4 en punt 5.

Maak daar één document van.

Voor niet-sportverenigingen staat op de site van ‘in veilige handen’ een meldgedragscode voor vrijwilligers. Deze kun je laten ondertekenen bij het aanstellen van een vrijwilliger. Klik hier voor de voorbeelden.

De nieuwe vrijwilliger
Natuurlijk zijn we blij wanneer we weer een nieuwe vrijwilliger kunnen verwelkomen binnen de vereniging. Voldoende vrijwilligers en begeleiders maakt een vereniging gezond. Maar wat kun je verwachten van vrijwilligers en wie haal je binnen, zijn zo maar wat vragen die je je mag stellen.

Dat begint met aannamebeleid: ga in gesprek met nieuwe vrijwilligers en screen ze. Het lijkt vaak overbodig, omdat we de meeste mensen die zich aanmelden, wel kennen. Toch is het goed in gesprek te gaan om duidelijk te maken waar je voor staat als vereniging en om ook aan te geven wat je verwacht van een vrijwilliger. Op de site van Centrum Veilige Sport Nederland staat in 5 stappen wat je moet doen om begeleiders van onbesproken gedrag binnen te halen: klik hier.

Enkele onderwerpen:

  • VOG, aanvraagprocedure en voorbeeldbrieven.
    • Neem als bestuur van te voren enkele beslissingen, zoals:
      • Hoe lang is dit VOG geldig? Advies 3 jaar.
      • Voor wie binnen de vereniging?
      • VOG eis laten opnemen in contracten voor betaalde krachten.
      • Op deze site kun je zien wat je moet doen om VOG voor je vrijwilligers aan te vragen.
  • Het kennismakingsgesprek. Begin met een kennismakingsgesprek. Hierbij kun je de nieuwe vrijwilliger verwelkomen en proberen te achterhalen wat zijn beweegredenen zijn om vrijwilliger te worden. Durf daarbij ook door te vragen als iets niet duidelijk is.
  • Bespreek met hem of haar de taken, beschikbaarheid, verwachtingen en andere praktische zaken. Benoem hierbij de concrete afspraken in jullie gedragscode en het aanvragen van een VOG.
  • Hoe je zo’n gesprek voert, kun je vinden in bijlage 4.4. Maar ook dit filmpje kan je op weg helpen. Bekijk dit filmpje en stel je de volgende vragen:
    • Neem jij deze aspirant vrijwilliger aan?
    • Wat in de houding van de aspirant vrijwilliger overtuigt jou deze man niet/wel aan te nemen?
    • Wat in de uitspraken van de aspirant vrijwilliger overtuigt jou deze man niet/wel aan te nemen?
    • Wat zouden aanvullende vragen kunnen zijn?
    • Hoe weet je zeker dat je de juiste beslissingen neemt en geen goede vrijwilliger laat lopen?
    • Wat zijn de voorwaarden om iemand op een verantwoorde manier te kunnen afwijzen?
  • Raadpleeg het register Tuchtrechtspraak. Dat kan via het Centrum Veilige Sport Nederland, hier kun je checken of iemand een tuchtuitspraak voor zeden in de sport heeft. Hoe je dit doet: klik hier. Ter aanvulling: je vult het aanvraagformulier in en stuurt dit naar de Vertrouwenspersoon van je eigen sportbond. Deze kijkt eerst in het eigen register van de bond en daarna naar het register van NOC*NSF. Nadat beide zijn gecheckt, word je geïnformeerd. Op het moment dat iemand voor wie de vereniging een check heeft aangevraagd in het register voorkomt, zal men persoonlijk contact met de aanvrager opnemen om e.e.a. te bespreken en een advies uit te brengen. Checks kunnen ook tegelijk worden aangevraagd voor enkele personen.
  • Voor niet-sportverenigingen kun je hier lezen hoe e.e.a. rond het Tuchtrecht is geregeld.
  • Verder zijn er trainingen te volgen bij NOC*NSF ter voorkoming van seksuele intimidatie en misbruik. Als mooi voorbeeld de training ‘herkennen en voorkomen seksuele intimidatie’. Voor meer info: klik hier.

 

Uitdragen omgangsregels en gedragsregels
Verder kun je natuurlijk de onderwerpen van je lijst met omgangsvormen onder de aandacht brengen van je leden middels ludieke acties. Hoe ga je te werk? Neem één van de omgangsvormen waar je je als bestuur de meeste zorgen over maakt en dat extra aandacht nodig heeft. Bedenk daar een preventieve actie voor, schroom niet om de veroorzakers of degenen die er last van hebben te betrekken bij het bedenken van een actie of oplossing. Daarmee krijg je het meeste draagvlak. Als voorbeeld: laat jeugdleden van jouw vereniging een actie bedenken waarmee voorkomen wordt dat er foto’s of filmpjes in het kleedlokaal genomen worden.

Je hoeft natuurlijk niet het wiel opnieuw uit te vinden: op de pagina van sportplezier staan mooie voorbeelden van ludieke acties waar je gebruik van kunt maken.

Correctief beleid
Ondanks dat je er alles aan doet om een positief sportklimaat te creëren, afspraken maakt om je vereniging veilig te krijgen en te houden, kan er toch nog iets misgaan. Ook dan is het belangrijk dat er duidelijke afspraken zijn: het mag niet zo zijn dat er verschillende sancties worden uitgesproken voor dezelfde overtredingen. Sinds 2019 geldt er een meldplicht voor sportverenigingen bij vermoedens van seksuele intimidatie. Ook overtredingen op afgesproken omgangsvormen en gedragsregels moeten aandacht krijgen om zo het aantal overtredingen te verminderen.

Registreren van meldingen kan je helpen om aandacht te besteden aan specifieke onderwerpen die vaker bij een vereniging voorkomen. Daarop kun je extra aandacht aan dat onderwerp geven of een specifieke veroorzaker aanspreken op zijn gedrag. Hiervoor kun je een meldingsformulier gebruiken. Als voorbeeld is in bijlage 4.5.1 zo’n formulier opgenomen.

Overtreding op omgangsvormen
Het is goed om je website in te richten met informatie over hoe en waar leden zich kunnen melden als er in hun ogen onacceptabel gedrag heeft plaatsgevonden. Dus eigenlijk overtredingen op de afgesproken omgangsvormen en gedragsregels. Deze meldingen kun je registreren om achteraf te kunnen bepalen waar je als vereniging aandacht aan moet besteden middels preventieve acties.

Verder is het van belang dat iemand op basis van neutraliteit casussen oppakt en het bestuur adviseert over de te nemen sancties. Bijvoorbeeld het bestuurslid sociale veiligheid of commissie sociale veiligheid. Deze passen het principe van hoor en wederhoor toe en nemen een bemiddelende rol aan om incidenten in een zo vroeg mogelijk stadium te beteugelen. Verder is het zaak een casus zo op te lossen, dat de verhoudingen tussen partijen weer normaal worden.

Leg verder ook vast welke sancties opgelegd worden bij overtredingen. Dat kan zijn van een extra poetsbeurt bij een eerste overtreding tot verwijdering van de vereniging bij herhaling of plegen van strafbare feiten.

Een voorbeeld van correctief beleid vind je in bijlage 4.5.

Meldplicht seksuele intimidatie en misbruik
Zoals aangegeven hebben bestuurders en begeleiders een meldplicht in geval van seksuele intimidatie of vermoeden van. Wat wordt er verstaan onder seksuele intimidatie?

  1. Onder seksuele intimidatie wordt verstaan: enige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie (duiding) dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.
  1. Onder seksuele intimidatie, zoals vermeld in lid 1, zijn mede begrepen de in de artikelen 239 t/m 250 (Titel XIV: Misdrijven tegen de zeden) van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde feiten. • Aanranding is iemand dwingen tot het plegen of ondergaan van een ontuchtige handeling. Vaak komt dit neer op het ongewenst aanraken of laten aanraken van geslachtsdelen. Ook zoenen onder dwang kan in Nederland gezien worden als aanranding.

 In aanvulling op het voorstaande dient nader geduid te worden dat de seksuele intimidatie betrekking heeft op:

  1. Seksuele intimidatie die heeft plaatsgevonden in relatie tot sportbeoefening binnen het verband van de sportbond, en/of
  2. Seksuele intimidatie die is ondergaan buiten een sportaccommodatie en waarbij degene die de seksuele intimidatie heeft ondergaan ten opzichte van degene die seksuele intimidatie toepast in een (machts)relatie binnen de sport verkeert, en/of
  3. Seksuele intimidatie buiten het verband van de sportbond, waarbij een risico bestaat voor de veiligheid van een of meer leden of aangeslotenen van de sportbond.

Omdat seksueel misbruik een misdrijf is, moet een dergelijke melding altijd via de zedenpolitie lopen. Adviseer daarom het slachtoffer aangifte te doen. Neem dus verder geen acties en wacht tot de zedenpolitie je adviseert.

In het geval van seksuele intimidatie heb je als bestuur wel een verantwoordelijkheid. Op deze pagina van het Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN) vind je nog waardevolle informatie en richtlijnen over hoe te handelen in geval van seksuele intimidatie en misbruik binnen jouw vereniging. Wat CVSN voor jouw vereniging kan betekenen, zie je hier.

Daar vind je wie kan melden, waar en wat. Verder is er een meldcode afgesproken waarin omschreven staat hoe besturen moeten handelen in geval van een incident. CVSN heeft een infographic ontwikkeld waarop je kunt zien welke acties je als vereniging moet nemen om iedereen zijn veiligheid te bieden.  

Omdat je niet dagelijks te maken hebt met deze problematiek, is het advies om altijd eerst contact op te nemen met het CVSN om advies te vragen.  

Buiten de sport gelden vooralsnog de volgende afspraken betreffende meldingen: vraag bij je koepelorganisatie na of er voor jouw vereniging een meldplicht geldt en of deze een vertrouwenspunt heeft. Je kunt je dan houden aan de richtlijnen die deze koepelorganisatie uitschrijft. Indien je koepelorganisatie geen richtlijnen heeft, kun je informatie opvragen bij de zedenpolitie: 0900-8844.

Buiten de sport: melden buiten de sport kan bij de politie en het OM. Daarnaast kunnen verschillende hulpverleners vertrouwelijk worden benaderd, zoals Centrum Seksueel Geweld, huisarts, GGD, Slachtofferhulp Nederland, Veilig Thuis en Fier. Vanuit NOC*NSF zijn er met deze partijen afspraken gemaakt en is er jaarlijks overleg.

Ondersteuning professionals in geval van seksueel misbruik door een lid
In het geval van een misdrijf inzake seksueel misbruik zal het slachtoffer aangifte doen bij de politie. Als die aangifte maatschappelijke onrust veroorzaakt, wordt het ‘scenarioteam’ bij elkaar geroepen. Dit team bestaat uit diverse deskundigen en neemt de regie over in de casus. Als vereniging krijg je van dit team te horen wat je wel en wat je niet moet of mag doen. Zo geeft dit team een communicatieplan uit. Dit plan is extern (naar media, etc.) en intern (leden, ouders, etc.) te gebruiken. Daarmee wordt de vereniging zo veel mogelijk ontzorgd.