Stap 1: Draagvlak bestuur

Seksueel misbruik en/of seksuele intimidatie is voor veel besturen een onderwerp waar ze liever niet over spreken. Maar je kop in het zand steken, gaat je ook niet verder helpen.

Voordat je gaat beginnen met het vormgeven van een sociaal veilige vereniging, is het van groot belang dat het bestuur daarover een besluit neemt. Verder is het wenselijk de verenigingsorganisatie aan te passen om resultaten te kunnen boeken. Als  bestuur heb je de verantwoordelijkheid over de sociale veiligheid van leden en onderneem je acties als die in het geding komt. Sinds 2019 heeft NOC*NSF zelfs een meldingsplicht opgelegd voor besturen en begeleiders van sportverenigingen. Voor niet-sportverenigingen is e.e.a. nog niet centraal geregeld en is het wenselijk navraag te doen bij hun koepelorganisatie met de vraag of er een meldplicht geldt.

Algemene informatie over verantwoordelijkheden van besturen vind je hier.

Enkele onderwerpen die daar beschreven staan:

  • Werkvorm: hoe ga je het gesprek aan binnen het bestuur?
  • Welke trainingen zijn er voor besturen? Link naar Academie voor Sportkader
  • Waar moet je als vereniging aan voldoen?
  • Visie en doelen voor de preventie van grensoverschrijdend gedrag.

Buiten de sport kun je informatie over dit onderwerp vinden op deze site.

Enkele onderwerpen die daar beschreven staan:

  • Uitleg waarom het nodig is met filmpjes die e.e.a. verduidelijken. En uitleg over omgaan met weerstand.
  • Betrekken van alle leden bij dit onderwerp.


Wat is een vereniging verplicht te regelen?

Een bestuur kan preventieve maatregelen uitvoeren om ervoor te zorgen dat grensoverschrijdend gedrag tot een minimum wordt beperkt binnen de vereniging. Denk bijvoorbeeld aan het uitdragen van een visie, het uitvoeren van een risico-inventarisatie, het trainen van vrijwilligers en het opstellen van omgangsregels. Niet alle preventieve stappen zijn verplicht. Sportbonden hebben echter een aantal afspraken gemaakt waar elke vereniging wél aan moet voldoen. Deze afspraken zijn afdwingbaar en een bestuur is verplicht om erop toe te zien dat deze worden nageleefd. Ook is het belangrijk dat een bestuur alle leden op de hoogte stelt van deze regels. Het betreft Reglement Seksuele intimidatie en Gedragsregels ter preventie van seksuele intimidatie in de sport. Wat daar nu mee bedoeld wordt, kun je hier vinden.

Deze verplichtingen gelden nog niet voor niet-sportverenigingen, maar het kan natuurlijk geen kwaad eens te kijken naar hoe sport dit doet. Het kan je helpen om je vereniging sociaal veilig te maken. Niet-sportverenigingen kunnen bij hun koepelorganisatie navragen of er een meldplicht geldt. Tevens kun je dan checken of er een tuchtrecht register is.

Bij een sociaal veilige vereniging hoort ook een visie en het stellen van doelen. Door daar aandacht aan te besteden, ga je een duidelijke richting geven aan het beleid dat je hebt opgesteld om je vereniging sociaal veilig te maken. Hoe je een visie opstelt en doelen bepaalt, kun je hier vinden.

 

Wie gaat het doen?
Besturen van een vereniging is nog steeds vrijwilligerswerk en nu komt dit er ook nog bij. Veel verenigingen hebben diverse commissies, tel ze maar eens bij je eigen vereniging. Vaak zie je dat er één ontbreekt en dat is een commissie of persoon die zich bezighoudt met het onderwerp ‘sociale veiligheid’. Daarom het advies: ga als bestuur niet zelf aan de slag om beleid op te stellen en uit te dragen, maar zoek een bestuurslid sociale veiligheid. Ga op zoek naar mensen die affiniteit met dit onderwerp hebben. Deze vind je meestal niet binnen de begeleiders die al aan je vereniging gebonden zijn. Kijk eens goed naar ouders van leden en/of bekenden die beroepsmatig en/of als persoonlijkheid geschikt zijn om deze rol te vervullen. Deze functionaris is tevens bestuurslid. Grote verenigingen kunnen er voor kiezen om een commissie sociale veiligheid aan te stellen. Bij verenigingen zal deze functionaris uiteindelijk ook degene zijn die uitvoerende zal zijn van de meldplicht. In bijlage 1.1 vind je een functieprofiel van deze functionaris. In bijlage 1.2 en op deze pagina enkele tips hoe je vrijwilligers voor jouw vereniging krijgt voor deze rol.

Voor de opstart kun je ook kiezen om een projectgroep samen te stellen om e.e.a. van de grond te krijgen en verder uit te werken. Zij kunnen het beleid voorbereiden waarmee anderen aan de slag kunnen gaan. In bijlage 1.3 vind je een inzicht fiche waarmee je als projectgroep je projectdoelen, projectstappen en de juiste verwachtingen kunt vastleggen. In bijlage 6.1 staat een afvinklijst waarmee je kunt checken en bijhouden welke stappen je wil nemen en welke je genomen hebt om het project op een goede wijze te kunnen vervolgen en af te ronden.

Naast een commissie of bestuurslid sociale veiligheid heb je ook nog een andere functionaris nodig om een sociaal veilig klimaat te creëren. Leden die zich niet veilig voelen, moeten met hun verhaal ergens terecht kunnen. Daarvoor stel je binnen je vereniging een Vertrouwenscontactpersoon (VCP) aan. Let op, een Vertrouwenscontactpersoon is iets anders dan een Vertrouwenspersoon.

Bij de vertrouwenscontactpersoon kunnen leden terecht voor een vertrouwelijk gesprek. Dat kan gaan over pesten, seksuele intimidatie, agressie of discriminatie. De vertrouwenscontactpersoon helpt daarnaast het bestuur om intimidatie in de club te voorkomen.

Op deze site van het Centrum Veilige Sport Nederland staat een functieprofiel voor een Vertrouwenscontactpersoon. Informatie over de training die hij/zij kan volgen, vind je hier.
Deze opleiding is ook te volgen voor mensen die VCP willen worden en bij een niet-sportvereniging actief zijn.